Op deze pagina vindt u veel gestelde vragen over hypotheken, inclusief de antwoorden. Staat uw vraag er niet bij, stel deze dan via het reactieformulier.

Advocaat Generaal (A-G) Niessen heeft conclusie genomen in twee lopende procedures voor de Hoge Raad over de vraag wanneer sprake is van een ‘woning in aanbouw’. Het gaat daarbij om de toekomstige eigen woning. De beantwoording van deze vraag is bepalend voor de (aanvang van de) aftrekbaarheid van financieringskosten van de eigen woning waaronder hypotheekrenteaftrek. Volgens de A-G moet voor de bepaling van een ‘woning in aanbouw’ worden aangesloten bij de start van de feitelijke bouwactiviteiten. Dat wil zeggen dat sprake is van een ‘woning in aanbouw’ zodra wordt begonnen met heien of het leggen van de fundering. Drie opties voor woning in aanbouw In zijn conclusie onderscheidt de drie opties die in aanmerking komen als startpunt voor een ‘woning in aanbouw’. De eerste optie is het moment van verwerving van de grond voor de bouw van de eigen woning. Het tweede moment is het moment dat de grond bouwrijp is gemaakt en de bouwvergunning is verkregen. De derde mogelijkheid is het aansluiten bij de start van de feitelijke bouwactiviteiten, dat wil zeggen bij de aanvang van het heien of het leggen van een fundering. Aanvang feitelijke bouwactiviteiten De A-G is zich ervan bewust dat de ratio van de regeling rondom hypotheekrenteaftrek, volgend uit de wetsgeschiedenis, aanleiding kan geven om al bij de eerste optie te spreken van een ‘woning in aanbouw’. Toch kiest hij voor de derde optie. Het taalgebruik en de aansluiting bij de regelingen in de onroerendezaakbelastingen en de overdrachtsbelasting zijn voor de A-G doorslaggevend. Sloop bestaande woning Om te bepalen wat het moment van aanbouw is als er sprake is van een bestaande woning die gesloopt gaat worden, zal gekeken moeten worden naar het moment dat de sloop gereed is en men aanvangt met het leggen van de fundering. Wordt de bestaande fundering van het pand gebruikt, dan is de woning in aanbouw vanaf het moment dat de sloop is afgerond. Herstel van onbewoonbaar geraakte woning Bij aankoop van een onbewoonbaar geraakte woning met de bedoeling deze woning te herstellen, is het moment van de derde optie al gepasseerd en is sprake van een eigen woning in aanbouw. De Hoge Raad nu aan zet Nu de A-G conclusie heeft genomen, is de Hoge Raad aan zet. De Hoge Raad kan in de arresten, die nog niet gewezen zijn, afwijken van deze conclusie. Hoewel gezaghebbend, biedt de conclusie van de A-G dus (nog) geen zekerheid. Bron: Advocaat-Generaal, 27-maart 2014, nrs. 13/02761 en 13/00471 (gepubliceerd 2 mei 2014).

Veel mensen sparen voor hun aflossing aan het einde van de looptijd. Maar je kunt in de meeste gevallen ook elk jaar tot 10% van je hypotheeksom boetevrij aflossen. En aan het einde van iedere rentevaste periode kun je dat zelfs onbeperkt doen. Tussentijds een deel aflossen levert je een paar voordelen op: Je betaalt mogelijk een lagere hypotheekrente doordat je renteopslag verlaagd wordt. De bank loopt door dat tussentijds aflossen namelijk minder risico dat je huis bij verkoop niet genoeg opbrengt om de hypotheek af te lossen. Je verkleint de kans dat je met een restschuld blijft zitten aan het einde van de looptijd of als je gaat verhuizen. Maar tussentijds aflossen heeft alleen zin als je voldoende eigen middelen hebt, zoals spaargeld. En dan is het ook handig om even uit te zoeken of je nu netto meer hypotheekrente betaalt dan je aan spaarrente ontvangt. Zo niet: dan kun je dat spaargeld misschien beter laten staan. Denk hierbij ook aan vermogensrendementsheffing. Ook geldt dat als je met je spaargeld je hypotheek (deels) aflost je ;later niet weer even makkelijk de hyptheek kunt verhogen. Voor het verhogen wordt weer opnieuw getoetst of voldoende inkomen hebt en of de waarde van de woning hoog genoeg is. Hou daarom altijd voldoende spaargeld achter de hand voor (onverwachtse) grote uitgaven.

De nieuwe hypotheek: hypotheek en schenking Wilt u uw kind financieel helpen bij het aankopen van een woning? Dan kunt u uw kind een bedrag lenen, bijvoorbeeld in de vorm van een hypotheek. U kunt er ook voor kiezen gebruik te maken van de mogelijkheid uw kind belastingvrij bedragen te schenken. De fiscale spelregels om een groot bedrag in één keer te schenken zijn tijdelijk aanzienlijk verruimd. U heeft de mogelijkheid om jaarlijks een bedrag belastingvrij te schenken aan uw kind. Dit jaarlijks vrijgestelde bedrag bedraagt in 2013 € 5.141,-. Het bedrag geldt per kind, schenkingen van beide ouders worden bij elkaar opgeteld en tellen dus als één schenking. Is uw kind tussen de 18 en 40 jaar? Dan kan éénmalig gebruik gemaakt worden van een hoge schenkingsvrijstelling tot € 51.407. Deze schenking is onbelast als het geschonken bedrag wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning, het (deels) aflossen van de hypotheek, verbeteringen- of onderhoud aan de woning, afkoop van erfpacht of voor het bekostigen van een dure studie of opleiding. Sinds 29 oktober 2012 mag de vrijstelling ook worden gebruikt om een restschuld af te lossen, als de woning van uw kind wordt verkocht met verlies. Vanaf 1 oktober 2013 is deze éénmalige schenkingsvrijstelling tijdelijk verhoogd tot € 100.000. Dit verhoogde bedrag mag u echter uitsluitend belastingvrij schenken voor de aankoop van een eigen woning, het (deels) aflossen van de hypotheek of voor verbeteringen- of onderhoud aan de woning. De regeling geldt dus niet voor de betaling van kosten van een dure studie of opleiding. De leeftijdsgrens van 40 jaar is, voor de ontvanger, niet meer van toepassing. Ook geldt de vrijstelling niet meer uitsluitend voor een schenking aan uw kind. Iedereen mag dit verhoogde bedrag onbelast schenken aan een ander voor de eerder vermelde doeleinden. De mogelijkheid gebruik te maken van deze verhoogde vrijstelling tot € 100.000 geldt slechts tot 1 januari 2015. Daarna is weer de regeling van toepassing, zoals die gold tot 1 oktober 2013. Een schenking binnen de verhoogde vrijstelling van € 100.000 kan door een begunstigde meerdere keren worden ontvangen, maar slechts één maal van dezelfde schenker. Er is hierop één uitzondering: Heeft u in het verleden reeds gebruik gemaakt van de hoge schenkingsvrijstelling door een schenking aan uw kind, dan mag alsnog de verhoogde € 100.000-vrijstelling gebruikt worden. In dat geval dient wél de eerder gebruikte vrijstelling in mindering gebracht te worden op deze verhoogde vrijstelling. De vrijstelling kan niet worden gespreid over meerdere kalenderjaren. Wilt u gebruik maken van de mogelijkheden van de verhoogde schenkingsvrijstelling? Houd er dan rekening mee, dat voor elke doelstelling aparte (fiscale) voorwaarden gelden. De adviseurs van Geld & Woning zijn volledig op de hoogte van deze voorwaarden en kan u optimaal adviseren over uw mogelijkheden bij schenken. Wij denken met u mee, geven u praktische tips en regelen de zaken voor u.

De keuze tussen huren of kopen is niet altijd eenvoudig. Dat is afhankelijk van je persoonlijke situatie. Is je inkomen hoog, dan wordt huren minder aantrekkelijk door nieuwe wetgeving. De huren stijgen namelijk als je (samen) meer dan € 43.000 verdient. Kopen heeft op dit moment ook voordelen. Door de huidige woningmarkt heb je de keus uit veel woningen en kun je flink onderhandelen over de vraagprijs. Bovendien is de hypotheekrente nu relatief laag en blijft de overdrachtsbelasting voorlopig 2% (in plaats van 6%). Daardoor zijn koopwoningen beter betaalbaar geworden. Maar het is pas verstandig te gaan kopen als je minimaal 7 jaar in je nieuwe huis blijft wonen. Wil je het eerder weer verkopen, dan is de kans klein dat je de overdrachtsbelasting, notaris- en makelaarskosten hebt terugverdiend Opbouwen van vermogen Met een koopwoning bouwt u mogelijk vermogen op. Dit komt omdat de huizenprijzen op de langere termijn meestal stijgen. Als u huurt, dan profiteert u niet van eventuele waardestijging. Daarnaast kunt u er met een eigen woning voor kiezen om vermogen op te bouwen met bijvoorbeeld een spaarhypotheek. Daarmee kunt u uw hypotheek aan het einde van de looptijd (gedeeltelijk) aflossen. Zo heeft u bijvoorbeeld tijdens uw pensioen lagere maandlasten. Als u een woning huurt, heeft u tijdens uw pensioen te maken met dezelfde of zelfs een hogere huur. Onderhoud Met een koopwoning bent u zelf verantwoordelijk voor het onderhoud. Het bedrag dat u hiervoor opzij moet leggen, is natuurlijk afhankelijk van het type woning, de staat van onderhoud en het bouwjaar. In een huurwoning is de verhuurder verantwoordelijk voor het groot onderhoud en de onderhoudskosten. Daartegenover staat dat het in een huurwoning ook minder aantrekkelijk is om de woning naar uw wens te verbouwen. De waardevermeerdering door de verbouwing komt namelijk niet aan u toe, maar aan de verhuurder. Maandlasten Bij een koopwoning kunt u de hypotheekrente voor langere tijd vastzetten, waardoor u weet hoeveel u maandelijks aan woonlasten kwijt bent. Huurt u? Dan kunnen de huurprijzen jaarlijks verhoogd worden waardoor uw maandelijkse kosten kunnen stijgen. Bij een huurwoning kunt u wel in aanmerking komen voor huurtoeslag, waardoor uw maandlasten lager kunnen uitvallen. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van uw inkomen en de huurprijs per maand. Meer informatie over huurtoeslagen kunt u vinden op www.toeslagen.nl Kosten voor huiseigenaren Als huiseigenaar heeft u naast de hypotheeklasten ook te maken met de volgende uitgaven: Verzekeringen (overlijdensrisicoverzekering en opstalverzekering) Belastingen zoals gemeentelijke heffingen (onroerende zaakbelasting, waterschapsbelasting) Extra kosten (onderhoudskosten, servicekosten bij appartementen, hogere energiekosten als de koopwoning groter is) Soms ook erfpachtkosten Minder dan 5 jaar in een woning? Verwacht u dat u minder dan 5 jaar in een woning blijft wonen? Overweeg dan goed of kopen voor u wel de juiste keuze is. Na een periode van minimaal 5 jaar is de kans groter dat u de kosten koper terug verdient. U kunt beter kiezen voor huren als u bijvoorbeeld voor uw werk regelmatig gaat verhuizen. Met een huurwoning verhuist u vrij eenvoudig naar een andere huurwoning, zonder al te hoge kosten. Als u vanuit een koopwoning wilt verhuizen, is het verstandiger om eerst uw huidige koopwoning te verkopen. Zo voorkomt u dubbele maandlasten”

Bij een woning die leeg te koop staat is normaal gesproken nog gedurende twee tot uiterlijk drie jaar hypotheekrenteaftrek mogelijk. Deze termijn is met een jaar verlengd. De woning valt dan namelijk nog steeds in box 1 van de inkomstenbelasting (‘Inkomen uit werk en eigen woning’). Als de woning (tijdelijk) wordt verhuurd, verhuist de woning naar box 3 (‘Inkomen uit sparen en beleggen’). Dat betekent dat er vanaf dat moment geen hypotheekrenteaftrek meer mogelijk is. Gedurende de verhuurperiode moet de woning wel te koop blijven staan. In box 3 wordt het saldo van de waarde van de woning en de resterende hypotheekschuld belast met 1,2% vermogensrendementheffing (voor zover het saldo niet binnen de vrijstelling valt van box 3). Daar staat tegenover dat de huurinkomsten onbelast zijn. Als de woning direct na de verhuurperiode weer leeg te koop wordt gezet, valt deze vanaf dat moment weer in box 1. De rente is dan weer aftrekbaar tot aan het einde van de periode waarin de rente aftrekbaar zou zijn geweest als de woning onafgebroken leeg te koop had gestaan.

U kunt nadat u de beschikking heeft ontvangen bezwaar maken. Hiervoor werkt Geld & Woning samen met WOZ op maat, die voor u zonder extra kosten voor u de bezwaarprocedure uit handen nemen. Voor meer informatie zie http://www.wozopmaat.nl/Werkwijze

Dat hangt er helemaal vanaf hoeveel u verdient, of u het huis samen met een partner koopt en hij of zij ook verdient, hoeveel schulden u heeft, of u alimentatie betaalt, of u een dertiende maand een winstdelingsregeling of een vaste bonus krijgt, enzovoort. Voor het berekenen van de maximale hypotheek is ook de gedragscode hypothecaire financieringen opgesteld. Gemiddeld bedraagt het maximale hypotheekbedrag ongeveer 4,5 * uw gezamenlijk bruto jaarsalaris.Voor een berekening van uw maximale hypotheek kunt u advies inwinnen bij een van de Geld & Woning adviseurs.

De geldverstrekker krijgt uw huis (eerste woning) als onderpand. Om te voorkomen dat de geldverstrekker erbij inschiet als het huis verkocht moet worden, staat het rijk garant voor het tekort. Om voor de Nationale Hypotheek Garantie in aanmerking te komen, mag uw hypotheek maximaal € 265.000,= zijn.

‘Kosten koper’ worden betaald bij een bestaand huis, terwijl een nieuwbouwhuis meestal ‘vrij op naam’ wordt verkocht. Het grootste verschil zit ‘m in de overdrachtsbelasting. Deze bedraagt 2% van de koopsom en hoeft bij ‘vrij op naam’ niet te worden betaald. ‘kosten koper’ komt doorgaans op ongeveer 5- 6% totaal uit (inclusief makelaarscourtage, notariskosten, overdrachtsbelasting, kadasterkosten, enzovoort), ‘vrij op naam’ komt op ongeveer 4%.

Ja, dat kan bijvoorbeeld met een tweede hypotheek of door de lopende hypotheek te verhogen. Zo’n extra hypotheek is wel aan voorwaarden gebonden en alleen als de huidige waarde hoger is dan de huidige hypotheek.

De hypotheekvorm, het rentepercentage, de lengte van de rentevaste periode, wel of geen rentebedenktijd, afsluitprovisie, verstrekkingsniveau ( tot 106% van de marktwaarde), maandelijkse betaling vooraf of achteraf, looptijd, voorwaarde voor tussentijdse of voortijdige aflossing, voorwaarden bij verhuizing, dalrente gedurende datum offerte en datum aktepassering bij de notaris, de algemene voorwaarden.

Dit is de nieuwe naam voor huurwaardeforfait. De overheid merkt woongenot aan als inkomsten uit uw woning.

Maandelijks betaalt u rente, aflossing aan de geldverstrekker en premie aan de verzekeringsmaatschappij. Samen vormen deze bedragen de bruto maandlast. De betaalde rente kunt u aftrekken van uw inkomen waardoor u belasting terugkrijgt. De netto maandlasten bestaan uit de betaalde rente minus de terugontvangen belastingen, de aflossing en de premie voor de overlijdensrisicoverzekering.

Geld & Woning ontvangt regelmatig verzoeken om een offerte te doen voor een hypotheek via het internet / e-mail. In veel gevallen ontvangen wij een aantal gegevens. De visie van Geld & Woning is het leveren van een persoonlijk advies op basis van uw persoonlijke situatie. Hiervoor is een persoonlijk gesprek met een Geld & Woning adviseur noodzakelijk. In een persoonlijk gesprek kunnen wij een aantal mogelijkheden naast elkaar zetten en rekening houden met uw toekomstplannen. Uw persoonlijke situatie en wensen zijn hierbij van belang.

Nee, een Spaarhypotheek met laagste rente is niet automatisch de goedkoopste. Op 17 juli is de Research Special Spaarhypotheken van MoneyView verschenen. In dit onderzoek staan de resultaten van een grootschalig onderzoek naar de markt van spaarhypotheken. Eén van de belangrijkste conclusies: de spaarhypotheek met de laagste rente is niet automatisch de goedkoopste spaarhypotheek. Research Special Spaarhypotheken: laagste rente is nog niet het goedkoopst In de Research Special, de kwartaalrapportage van MoneyView waarin telkens een financieel product centraal staat, onderzocht MoneyView de prijsstelling van alle spaarhypotheken op de markt. Bij het beoordelen van de prijsstelling van de spaarhypotheek moet niet alleen gekeken worden naar de hoogte van de te betalen rente, maar moet ook het ‘spaardeel’ van de hypotheek worden meegenomen. MoneyView maakte meer dan 13.000 berekeningen om van alle spaarhypotheken in verschillende gesimuleerde klantsituaties te bepalen wat de netto maandlasten zijn (de te betalen rente en spaarpremie inclusief fiscaal voordeel als gevolg van de renteaftrek). De analyse van al deze duizenden berekeningen leerde dat het bij het maken van een keuze voor een spaarhypotheek niet volstaat om alleen te kijken naar de rente. Om voor een klant te bepalen wat de goedkoopste spaarhypotheek is, zal een vergelijking gemaakt moeten worden op basis van de netto maandlasten, omdat het product met de laagste rente niet noodzakelijkerwijs ook het goedkoopste is. Er zijn verschillende redenen waarom de spaarhypotheek met de laagste rente niet de goedkoopste hoeft te zijn. Gebleken is dat de kosten die gerekend worden in het opbouwdeel van de hypotheek wel degelijk van invloed zijn op de uiteindelijk te betalen netto maandlast. Daarnaast blijken andere bijzondere producteigenschappen in voorkomende gevallen tot relatief lagere netto maandlasten te leiden. Voorbeelden van dergelijke producteigenschappen zijn zogenaamde ‘loyaliteitsbonussen’, die na een bepaalde duur worden toegekend, en afwijkende (lees: hogere) rentevergoedingen voor het spaardeel dan de hypotheekrente die betaald wordt over de geldlening.

Bij een groot aantal schadegevallen komt er een expert aan te pas om de hoogte van het schadebedrag vast te stellen. De expert maakt daarvoor een rapport op of stelt eventueel een vervolgonderzoek in. Het is een onafhankelijke vaststelling van de schade. Op basis van het expertiserapport stelt de verzekeraar vast of de schade onder de dekking valt van de polisvoorwaarden en voor welk bedrag.

Maar ook al is de expert onafhankelijk, hij is wel direct of indirect door de verzekeraar aangesteld. Om specifiek het belang van de verzekerde te dienen zijn er geregistreerde contra-experts aangesteld.

Heeft u bij schade twijfel over de juistheid van de expertise die door de verzekeraar is uitgevoerd, dan kunnen wij voor u een second opinion aanvragen bij een contra-expert. In veel gevallen worden de kosten voor zo’n contra-expertise door de maatschappijen vergoed. Op de meeste polissen voor inboedelverzekeringen in Nederland staat dat bij schades boven een bepaald bedrag de kosten van de contra-expertise worden betaald door de verzekeraar. Wij adviseren u graag wat gedaan kan worden in uw specifieke situatie.